BINNENLAND archief

Congres PvdA

De partij van de grote verwarring

door Sicco Roorda

De Partij van de Arbeid heeft de enorme verkiezingsnederlaag van de vorige Tweede Kamerverkiezingen nog niet overwonnen. Tijdens het partijcongres van zaterdag 16 juni vertoonde de PvdA verregaande verschijnselen van politieke schizofrenie.

De sociaaldemocraten hebben nooit echt uitgeblonken in politieke consistentie, maar het voorstel van PvdA-leider Asscher om het huidige kabinet in de Eerste Kamer te gedogen staat op gespannen voet met het besluit van het congres vóór verregaande samenwerking met GroenLinks en SP.
Zoals gebruikelijk in deze netelige kwesties gaf het PvdA-bestuur een negatief stemadvies. Het congres legde het advies naast zich neer. 58 procent stemde vóór een gedeelde lijst met de andere linkse partijen bij de Statenverkiezingen in maart 2019. Het is de vraag hoe GroenLinks en de SP over dit besluit denken, temeer Asscher zich in de positie van de grote gedoger heeft gemanoeuvreerd.

3a556449-47cb-42eb-b280-6c9d2d27256djpg

Het is opvallend dat de PvdA, die bij de vorige verkiezingen een monsterverlies leed van 22 zetels, zich niet kan loskomen van het neoliberale beleid dat door het huidige kabinet Rutte onverminderd wordt voortgezet.

Het bezoek van Labour leider Jeremy Corbyn aan het PvdA-congres doet daarbij geforceerd aan. Corbyn is een duidelijke representant van de linkervleugel van de Labour Party. Hij ontdoet Labour al langere tijd van de Blair-adepten die zich fel verzetten tegen een linksere koers en heeft de partij weer in zuiver sociaaldemocratisch vaarwater gebracht. Lodewijk Asscher daarentegen is de vertegenwoordiger van de zogenaamde Derde Weg politiek die door Tony Blair en Bill Clinton werd geïntroduceerd. Van die Derde Weg bleef uiteindelijk weinig over, want beide politici voerden een onvervalst neoliberaal beleid. Een beleid dat verregaande gevolgen had voor de sociale- en vredespolitiek van beide landen. Met name Blair voerde een agressieve imperialistische NATO-politiek en een neoliberale binnenlandse politiek. Tussen 1997-2007 had Labour gedurende tien jaar (met een absolute meerderheid in het Lagerhuis) de mogelijkheid om fundamentele veranderingen door te voeren. In de praktijk maakte het nauwelijks verschil of Labour of de Conservatieven aan de macht waren. Onder de tien jaar durende Labour-regering werd een scherp neoliberaal beleid gevoerd met grootschalige privatiseringen en werd een aanvalsoorlog samen met de republikein George Bush tegen Irak uitgevochten.

Geen enkele burgerlijke partij streeft naar een reëel socialisme. Immers een socialistische samenleving impliceert een totaal andere inrichting van de maatschappij: de permanente economische en politieke macht in handen van de werkende klasse.

Ook de PvdA volgde onder Kok, Bos, Samsom en Asscher braaf de pro-Amerikaanse koers. In het binnenland voerde zij enthousiast de neoliberale agenda uit die een rechts-liberale partij niet zou misstaan. Daarmee verloor de PvdA langzaam maar zeker het grootste deel van haar aanhang en verloor zij procentueel meer kiezers dan welke andere sociaaldemocratische partij in Europa. In korte tijd wisselde de PvdA van partijleider in de veronderstelling dat daardoor de leegloop van de partij gestopt kon worden. Na de onduidelijke en chaotische Diederik Samsom werd Lodewijk Asscher als verlosser geïntroduceerd. De PvdA zag daarbij over het hoofd dat het verheerlijken van het neoliberalisme de oorzaak was van de teloorgang. Asscher, die gedurende vier jaar minister van Sociale Zaken in het VVD-PvdA kabinet Rutte was geweest, kon of wilde zich niet losmaken van het gevoerde neoliberale beleid. De totale beeldvorming van de PvdA is er een van een patiënt die verregaande verschijnselen van schizofrenie vertoont. Tijdens de verkiezingscampagne voor de Tweede Kamerverkiezingen laveerde Asscher non-stop tussen de personages minister van Sociale Zaken en lijsttrekker van de PvdA. Doordat de PvdA in het kabinet een neoliberaal beleid had gevoerd kon Asscher de partij niet naar de linkerkant van het politieke spectrum manoeuvreren. Het resultaat was dat de PvdA na de verkiezingen nog maar 9 zetels in de Tweede Kamer overhield. Ondanks dat de PvdA is gedecimeerd blijft Asscher onverkort doorgaan met het (in)direct steunen van het neoliberale beleid van het vier-partijen kabinet Rutte. Opmerkelijk is dat ook GroenLinks zich bij deze politieke koers heeft aangesloten. Met Jesse Klaver als partijleider voert ook GroenLinks op hoofdlijnen een neoliberale koers. Daarmee bevindt de GroenLinks leider zich in het twijfelachtige gezelschap van Lodewijk Asscher.

Sociaaldemocratie en anti-kapitalisme zijn nooit een sterke combinatie geweest. Ten tijde van de SDAP (de voorloper van de PvdA) was dit al duidelijk. Als Pieter Jelles Troelstra op 12 november 1918 de revolutie uitroept blijkt hij nagenoeg alleen te staan. Het partijbestuur van de SDAP steunt hem niet en schrapt de passage uit het manifest 'als er een revolutionaire situatie ontstaat' en vervangt dit door 'de duurzame verheffing der arbeiders'.

4067540373_62775518e7_ojpg

Het aangepaste Manifest van de SDAP meldt: Wij, vertegenwoordigers der moderne arbeidersbeweging van Nederland, hebben in de 25 jaren van ons werken de arbeidersklasse geleid tot verheffing van haar intellectueel en moreel peil, tot vergroting van haar economische weerstandsvermogen, tot versterking van haar maatschappelijke betekenis. Zij is geworden de sterkste factor in het politiek leven van ons volk, een macht van organisatie in het bedrijfsleven, die tot groote dingen in staat is. Indien wij steeds, en met name in den oorlogstijd, dit ons toevertrouwde pand, zorgvuldig hebben bewaard voor ontijdige stappen, dan geschiedde dit niet uit zucht om het heersende stelsel te sparen. Het was integendeel onze wil, om op het oogenblik dat de strijdende arbeidersklasse gereed moet staan tot volbrenging van het groote werk, dat de historie van haar eischt, haar ongeschonden in den strijd te kunnen voeren. Want niet voor wanhopige uitbarstingen van het oogenblik, maar voor de duurzame verheffing der arbeiders, voor hunne bevrijding van kapitalistische uitbuiting en onderdrukking is deze macht door ons geschapen en ontwikkeld. Zoo hebben wij, ook bij elken strijd tot verbetering der arbeidsvoorwaarden, bij al ons werken voor de coöperatie, bij onze jarenlange worsteling voor algemeen kiesrecht en sociale hervorming, steeds voor oogen gehad: de vervanging van het stelsel en ondermijning van het kapitalisme, het optreden der arbeidende klasse als leidende faktor in Staat en Maatschappij. Daarom begroeten wij den tijd van thans als het oogenblik voor de gansche moderne arbeidersbeweging, om den revolutionairen toestand in Europa ernstig onder de oogen te zien en omtrent de vragen, waarvoor hij de strijdende arbeidersklasse plaatst haar houding te bepalen. Alleen op die wijze is het mogelijk, te zorgen, als hier de tijden rijp zijn, dat wij bewust en krachtig onze taak vervullen. Alleen zóó zullen wij sterk staan zoowel tegen alle pogingen van terrorisme en anarchie, als tegen het streven der heerschende klasse, om haar stelsel van uitbuiting en onderdrukking te handhaven.'

In 1947 ging partijleider Drees, tevens minister van Sociale Zaken, akkoord met militair ingrijpen in Indonesië. Hoewel deze kwestie spanningen opriep binnen het kabinet volgde Drees de bekende politieke vluchtweg door te stellen dat er bij een kabinetscrisis na de verkiezingen een rechts kabinet zou komen. De reactie van de voorzitter van de toenmalige PvdA-Tweede Kamerfractie, Van Goes van Naters, lijkt bijzonder veel op de houding van Asscher in 2018. In 1980 verklaarde Goes van Naters de opstelling van de PvdA als volgt: ”de houding van de PvdA tegenover het vraagstuk (politionele acties) werd gekenmerkt door het harmonisatiedenken. Opstappen op het moment dat grote politieke moeilijkheden zich voordoen, zou in de politiek betekenen dat men slechts regeringsverantwoordelijkheid wil dragen in vakantietijd.”